Carmina Nieuwsbrief 2014-02

Een woud … vol parelende kristaldruppels
Monteverdi
Selva Morale e Spirituale, muzikaal testament
Jong en gevarieerd
Claudio in Meise?
Exodus gemist?

 

Bloemen ontluiken en bomen botten. De lente is er... en dat hoor je ook op de repetitieavonden van het Carmina Kamerkoor. De frisse, parelende harmonie van vier Monteverdi koorpartijen krijgt vorm; een vroeg 17de eeuws concertprogramma dat perfect past op een gezellige lenteavond, woensdag 30 april om 20u30, of een zonnige middag, donderdag 1 mei om 15u.
Driekwartier voor elk concert geeft musicologe Sabien Van Dale voor de geïnteresseerden een inleiding op deze boeiende componist en zijn muziek, in het Cultuurhuis, tegenover de Sint-Martinuskerk in Meise. Na het concert kunt u tijdens een receptie in ’t Moment napraten, of als het weer het toelaat heffen we het glas zelfs buiten naast de kerk.
Kaarten bestellen.
 




Claudio Monteverdi (1567-1643) wordt met recht geroemd als een spilfiguur uit de klassieke muziekgeschiedenis. Zijn sensationele partituren lijmen de renaissance en de barok aan elkaar en illustreren de baanbrekende verschuivingen in het muzikale denken tussen de laatste decennia van de zestiende eeuw en het begin van de zeventiende eeuw. Op jonge leeftijd maakt hij naam met de publicatie van madrigalen. Een beslissende stap in zijn ontwikkeling is zijn benoeming als violist aan het hof van Vincenzo I Gonzaga, Hertog van Mantua, met wie hij in 1599 naar Vlaanderen reist.

Lees meer...

Als apothekerszoon uit Cremona gaat Claudio Monteverdi in de leer bij Marc’Antonio Ingegneri, kapelmeester van de Cremona-dom en befaamde tijdgenoot van Palestrina. De jonge Monteverdi schrijft er tussen zijn 15 en 23 jaar vijf compositiebundels. Cremona stond bekend voor zijn vioolateliers, in die tijd de Amati-familie (Stradivarius werkte er een halve eeuw later). Het is als ‘vedelaar’ dat Monteverdi zijn benoeming in de wacht sleept aan het hof van Mantua. Hij zal er de liefde vinden, maar ook en vooral een levendige internationale cultuur. Vlamingen kruisen regelmatig zijn pad: Giaches de Wert is kapelmeester in Mantua als Monteverdi eraan komt. Met zijn broodheer, hertog Vincenzo I Gonzaga, reist Monteverdi o.a. in 1599 naar Vlaanderen. Een jaar later komt Pieter Paul Rubens naar het hertogelijke hof van Mantua. Het levendige cultuurleven inspireert. Monteverdi schrijft er zijn eerste opera’s, een aanzet voor de latere Italiaanse opera. De dood van de hertog, noodt Monteverdi op zoek te gaan naar ander werk. In 1613 wordt hij kapelmeester van de San Marco-basiliek die hij in muzikale glorie herstelt. Hij zal een enorme invloed uitoefenen op de artistieke vernieuwing. Zijn kunde overschrijdt de Venetiaanse grenzen. Hij blijft ook wereldlijke muziek componeren in opdracht van verschillende vooraanstaande Italiaanse families en hoven.

 

Selva Morale e Spirituale, muzikaal testament
Claudio Monteverdi bundelt op zijn 74ste de religieuze muziek die hij als kapelmeester van de San Marco-Basiliek in Venetië van 1613 tot 1640 schreef. De verzameling (selva = woud) is aldus zijn muzikaal testament. Claudio droeg het werk op aan Eleonora Gonzaga, jongste dochter van Vincenzo Gonzaga, aan wiens hof hij gewerkt heeft.

Lees meer...

Monteverdi slaat letterlijk een brug van de middeleeuwse polyfonie naar de vroegbarok. Hij brengt tekst naar de voorgrond en beeldt deze op bijzondere creatieve wijze expressief muzikaal uit. Hiermee is hij de initiator van de Seconda Pratica die staat tegenover de Prima Pratica waar de polyfone harmonie alle aandacht krijgt en de tekst ondergeschikt is.


 

Jong en gevarieerd
Dirigent Michiel Haspeslagh kiest voor jonge musici die thuis in zijn de oude muziek.  Ze begeleiden het koor en brengen ook enkele instrumentale werken van Dario Castello en Tarquinio Merula, tijdgenoten en volgers van Claudio Monteverdi’s vernieuwende stijl.  De solistenpartij wordt door de Poolse sopraan Dagmara Dobrowolska gezongen. Zij vervolledigt thans haar Master in muziek, specialisatie zang, aan de LUCA School of Arts - Leuven.

Lees meer...
Dagmara Dobrowolska brengt 3 motetten voor solostem:

- Sanctuorum Meritis, een hymne die de verdiensten van de heiligen prijst,

- het Strijdvaardige Deus Tuorum Militum, dat oproept om - in de voetsporen van de martelaren- moeilijkheden het hoofd te bieden,

- Jubilet tota civitas, een feestelijke lofzang, waarin melodieuze, versierde passages afsteken tegen meer verstilde, haast gereciteerde gedeelten.


De werken die het Carmina Kamerkoor uit de Selva Morale e Spirituale uitvoert zijn meer dan eens schatplichtig aan Monteverdi's eerder geschreven wereldlijke madrigalen inzake technische perfectie en emotionele intensiteit.
- Het 6-stemmige motet Beatus vir (Psalm 112), is een voorbeeld van Monteverdi’s dramatische stijl. De kleine stemgroepen dialogeren met de instrumenten (basso continuo en twee violen) en met het grotere koorgeheel. Deze stile concertato wordt veelvuldig toegepast in de barok.
- O Jesu Mea Vita, is gebaseerd op het seculiere madrigaal Si ch’io vorrei morire, een liefdeslied waarin 5 stemmen smachten in een sensuele (hemelse) verrukking. Het religieuze onderwerp verhult nauwelijks de erotische spanning van het origineel.
- Confitebor tibi, is een herwerking van twee wereldlijke madrigalen in Franse stijl – alla francese. Een sopraansolo wisselt af met koor. De Franse stijl verwijst naar een open, volle klank – misschien ook naar ritmische tekst en de Franse traditie van le vers mesuré die terug gaat op het antieke metrum. Expressie, contrast en variatie zijn hier de sleutelwoorden.
- Laetatus sum, een psalm waarin vijf stemmen sprankelend hun blijdschap door elkaar verweven.




Claudio in Meise?
Als Claudio Monteverdi in 1599 naar onze contreien reist, likt Vlaanderen zijn wonden na de beeldenstormen waarvan de laatste golf tussen 1593 en 1598 Meise teistert. De kerk was in haar glorie hersteld in 1642.  Zou er met de inhuldiging Monteverdi geklonken hebben in de parochie van Meise? Vlaamse drukkers hadden in die tijd in elk geval al heel wat Italiaanse muziek van hun persen laten rollen….

Lees meer...
De restauratie van de Sint-Martinuskerk was op het einde 16de eeuw al begonnen. Voor de muurschilderijen bestaat er een factuur van 1596. De vernieuwing van de middenbeuk met een verbinding naar de toren is in 1626 afgewerkt. De kerk werd bediend door kanunniken van de abdij Grimbergen. De Heren van Meysse en Boechoute hadden hun politieke banden; de prelaten van Grimbergen waren de culturele en religieuze bezielers van onze streek. Het is fascinerend te bedenken dat de vernieuwing van de kerk ook voor feestelijkheden zal gezorgd hebben.


 

‘Exodus’ gemist?
Was u er niet bij op het concert in december 2013? Dat is natuurlijk een groot gemis, maar u kunt nu wel genieten van de audio-opname die de hoogtepunten herneemt van de Vilvoordse uitvoering.
Deze link leidt u er recht naar toe.